OUDER WORDEN
Het is mooi weer. Dus ook ik trek erop uit met de fiets. De fietspaden buiten de stad zijn overvol. Toch drukt dat de pret niet. De vrije dag en het zonnetje toveren een glimlach op ieders gezicht. Zelf heb ik het gehad. De nacht ervoor is ruig geweest, sinds weken eigenlijk. Ik was begonnen met een dag-schotel in mijn oude stamkroeg, een homo¬café in de binnen¬stad. Al jaren woon ik buiten, maar als ik uitga begin ik daar. Ik ga altijd uit in mijn stad. Maar na een nacht als die van vannacht, weet ik weer waarom ik weg ben gegaan. Het is alle-maal zo leeg, zo koud en nietszeggend. Na de maaltijd was er namelijk niets te beleven. Ja, er waren wel wat heren aan het cruisen, maar wat heet heren. Nichten, pruilerige kutjes, dat waren het. En daar kan ik mij helemaal niets bij voorstel¬len. Glad, schoon en voorgeprogrammeerd, dat is niks voor mij.